Jan Hendriks Huisman, turfmaker, geboren rond 1750, gedoopt te Blokzijl op 14 april 1786, wonende te Steenwijkerwold, overleden te Giethoorn rond 1803, begraven aldaar, zoon van Hendrik Jans Huisman en Trijntje Aalders.
Bij zijn tweede huwelijk leefden nog twee kinderen, waarover zijn vader tot voogd werd benoemd. In de volkstelling van 1795 (boek Staphorts/Vollenhove) staat hij vermeld als turfmaker, met 4 kinderen (akte 24, kluft Scheerwolde, kerspel Steenwijkerwold). Hij werd hij gedoopt, als "bejaarde" op 14 april 1786 te Blokzijl, 3 weken voor de doop van zijn dochtertje Trijntje; hij zou als zoon van Doopsgezinde ouders geboren moeten zijn voordat het Doopsgezinde Kinderboek werd bijgehouden (vanaf 1751).
Jan is ondertrouwd te Blokzijl op 1 november 1778 en getrouwd aldaar op 15 november 1778 voor de kerk (1) met
Grietjen Jans Snijder, afkomstig uit Steenwijkerwold, wonende te Blokzijl, overleden aldaar tussen 20 mei 1787 en september 1787, dochter van Jan Roelofs en Margjen Roelofs.
Op 3 februari 1825 werden Hendrik en zijn gezin het slachtoffer van een watersnoodramp. Onderstaande tekst staat op blz. 136 van "Tusken Tsjûkemar en Tsjonger".
In de nacht van 3 op 4 februari 1825 had het flink gestormd en ook de volgende dag bleef de wind aanhouden. Het zeewater steeg onrustbarend tijdens de storm, vanaf 5 uur 's morgens steeg het water met enkele centimeters per uur. Toen de wind nog in hevigheid toenam konden de dijken het niet meer houden en bezweken ze op diverse plaatsen. Door de enorme kracht van het water werden huizen geheel of gedeeltelijk weggevaagd. In Lemmer kwam het water over de sluismuur en stond 52 cm. hoger dan tijdens de vloed van 1776, welke vloed z'n sporen ook al had nagelaten in ons gewest.
Nu was het water gestegen tot 2.17 mtr. boven hoog water. De hele dag bleef het water stromen, steeds verder landinwaarts. Inmiddels waren de dijken op 30 plaatsen doorgebroken en kwam tweederde deel van onze provincie onder water te staan.
Het water stond 21 "palmen" op de landen in de omtrek en door de wind en de stroom dreven deuren, balken, planken, palen, vaatwerk en verder alles wat drijven wilde, op en door elkaar.
Gelukkig dacht men in Lemmer ook aan de mensen in de dorpen van de "grietenij" en zond diezelfde middag en avond nog schepen en schuiten af om bijstand te verlenen en te redden.
Dat dit succes had, bleek de zondag daarop, toen er veel mensen en vee werden aangevoerd, die moesten worden verzorgd en verpleegd. Inmiddels kwamen er ook berichten uit de dorpen Delfstrahuizen, Echten, enz. De storm was zo hevig en daardoor de kracht van het water zo sterk, dat de zeedijk, gelegen voor het zgn. Oostzingerland, thans dus bij Bantega, tot het maaiveld werd weggeslagen.
De Echtersloot (Pier Christiaansloot) en de Tjonger veranderden in een kolkende stroom en konden het aanstormende water niet verwerken, zodat het ook in onze dorpen een grote watervlakte werd.
Veel mensen waren naar de zolder gevlucht en hadden vlaggen, of wat daarvoor kon dienen, uit het raam gestoken om hulp te krijgen.
Erger was het met de mensen die de woning moesten verlaten omdat dat op instorten stond. Deze gingen soms in wrakke bootjes of op vlotten de nacht in, in de hoop elders of op hogergelegen plaatsen weer vaste grond te kunnen vinden.
Hendrik Huisman, getrouwd met Margje Luiten woonde tijdens deze ramp in een veenderij onder Echten. Ze hadden 5 kinderen en de vrouw was in verwachting van het zesde. Vrijdagmiddags om half vier kwam het water met geweld en stortte op hun woning en de tenten van de buren. In een ogenblik stond het water 60 cm. hoog in de woonhuisjes en enkelen waren al ingestort.
Huisman had een geladen praam naast z'n huis liggen. De turf wierp men overboord en vier huisgezinnen, bestaande uit 22 personen, gingen in de praam. Ook de vroedvrouw die door Huisman was gehaald, ging mee. Zo dreven ze de nacht in, waarin het weer nog slechter werd. Regen, onweer, en de woeste golven, maakte alles nog veel erger.
Tijdens die omstandigheden werd omstreeks middernacht het 6e kind van Huisman geboren. Er was slechts één linnen doek, waarin het kind werd gewikkeld.
In de vroege zaterdagmorgen zagen ze hun woning inzakken en in het water verdwijnen. Daarna lieten zij zich wegdrijven en kwamen in de namiddag aan bij de woning van Harmen Kortland, veenbaaas te Echten. Hier werden allen op het hooi gebracht en zondags in een somp, die van Lemmer was gekomen, naar die plaats gebracht, om verzorgd te worden.
Met de vrouw van Huisman liep het goed af, doch het kind is een paar weken later overleden.
Uit dit huwelijk 8 kinderen:
a JACOBJEN HENDRIKS HUISMAN GEB 18-07-1813, LEMSTERLAND, OVERLEDEN 04-03-1883, 69 JAAR OUD, LEMSTERLAND, WEDUWE.
b TRIJNTJE HENDRIKS HUISMAN GEB 20-01-1816, OVERLEDEN 22-02-1816, 4 WEKEN OUD,LEMSTERLAND.
c GRIETJE HENDRIKS HUISMAN, GEB 13-01-1817, ZIJ HUWDE WILLEM LEMSTRA OP 13-04-1843, LEMSTERLAND.
d LUITE HENDRIKS HUISMAN GEB 30-08-1819, OVERLEDEN 16-08-1848, ONGEHUWD, LEMSTERLAND.
e JAN HENDRIKS HUISMAN GEB 30-09-1821 LEMSTERLAND
f AALDERT HENDRIKS HUISMAN GEB 05-02-1825, OVERLEDEN 17-02-1825, 2 WEKEN OUD, LEMSTERLAND.
g WILLEMKE HENDRIKS HUISMAN GEB 05-04-1826, ZIJ HUWDE REIN JACOBS WOUD OP 15-02-1850, LEMSTERLAND, KINDEREN WAREN: JACOB WOUD(GEB 12-08-1850) EN MARGJE WOUD (GEB 11-10-1852)
h TRIJNTJE HENDRIKS HUISMAN GEB 15-05-1830, LEMSTERLAND, ZIJ HUWDE 02-05-1858 MET GERRIT JACOBS KLOO, LEMSTERLAND, KINDEREN WAREN:JOUKJE KLOO (GEB 27-06-1865)EN HENDRIKJE KLOO(GEB 25-11-1868) LEMSTERLAND.
Jan is getrouwd te Blokzijl op 6 december 1787 voor de kerk (2) met
Aaltje Jans Vaartjes, geboren te Het Nederland bij Blokzijl, gedoopt te Blokzijl op 21 maart 1764, overleden te Steenwijkerwold op 27 februari 1847, dochter van Jan Hermans Vaartjes en Geertje Arends.
Aaltje is later getrouwd te Giethoorn op 21 januari 1810 voor de kerk met Jacob Jacobs, ketellapper, afkomstig uit Giethoorn.
Doopgetuige was Geertje Jans Snijder.
Doopgetuige was Geertjen Vaaartjes. Hij was slechts 5 voet groot (ca. 1.50 m) en werd daarom afgekeurd voor de militaire dienst.